Er is veel bereikt door de partijen die zich verbonden in de eerste internationale Green Deal, North Sea Resources Roundabout (NSRR). Nog maar een jaar geleden bekrachtigden deelnemers uit Frankrijk, Vlaanderen, het Verenigd Koninkrijk en Nederland hun samenwerking in Brussel om producten die voorheen gelabeld werden als afval een nieuw (internationaal) leven te gunnen als secundaire grondstof. En op 4 april waren zij weer bijeen.

Robine van Dooren, projectleider van de NSRR, was er duidelijk over. “Ik ben trots op de zaken die zijn bereikt.” Een mening die dagvoorzitter Ray Georgeson deelde: “Ik kom er niet omheen om in dit kader ook de turbulente omgeving te schetsen. De Brexit – we moeten nog maar eens afwachten hoe dat afloopt – heeft partijen er niet van weerhouden om stappen te zetten. Vandaag vieren we de voortgang die is geboekt en delen we de lessen die we leerden.” Georgeson had een enthousiast publiek dat niet alleen bestond uit deelnemers, maar ook vertegenwoordigers uit Denemarken, Oostenrijk en Duitsland herbergde. Aanwezigen uit deze laatste drie landen zijn zeer geïnteresseerd in de Green Deal-aanpak en overwegen om te participeren. Daarbij waren zij vooral erg benieuwd naar de bevindingen van andere overheden. In Richard Rouquet vonden zij een enthousiaste vertegenwoordiger. “Behalve dat Frankrijk deelneemt aan de NSRR, hebben we sinds afgelopen zomer ook Franse Green Deals. Deze wijze van samenwerking is voor ons nieuw, maar door als overheid samen te werken met bedrijven ontstaat een heel nieuw elan.”

Positieve geluiden

Er waren meer positieve geluiden te horen. Dat komt mede omdat partijen realistisch zijn. Zo schetste Marc de Keizer van Inashco een duidelijk beeld van de barrières die zijn bedrijf ondervindt bij het exporteren van bodemas. “Een van de grootste problemen is dat de status van ons materiaal verschilt per land. Dat heeft direct effect op de transportvergunningen. Harmonisatie van de aanvragen en de wetgeving zou de export van onze materialen een flinke boost geven. Dat in een jaar bereiken is niet realistisch, maar over de hele linie zijn we erg tevreden. Dat komt mede omdat we een vaste contactpersoon bij het ministerie kregen en men zich ook bij de verschillende overheden steeds meer bewust is van de drempels waar wij tegenaan lopen.”

Duidelijke status

Ton van der Giessen (Van Werven Plastic Recycling) deelt het positieve gevoel van De Keizer: “Wat voor ons van belang is, is dat gerecyclede PVC een duidelijke status krijgt. Maar we beseffen ons dat dit soort processen tijd kosten. Misschien lukt het ons niet in dit tijdsframe, maar we hebben al een hoop werk verricht en onderzoek gedaan, en dat goede werk wordt voortgezet.” Maar de grootste stap is misschien wel gezet door de werkgroep die zich bezighoudt met compost. Zij hebben al concrete vooruitzichten. “De compost die wij bij Twence maken willen we exporteren naar Noord-Engeland. Om dat te realiseren is een einde afvalstatus essentieel. We hopen dat deze ons volgende maand wordt verleend”, vertelt Wim de Jong.

Nieuwe cases

Een werkgroep die later is aangesloten bij de NSRR houdt zich bezig met struviet (fosfor gewonnen uit rioolwater). Ondanks dat zij pas een half jaar bezig zijn, zijn de eerste ervaringen positief. Mathieu Delahaye: “We zoeken naar afzetmarkten voor struviet als meststof en onderzoeken of het mogelijk is dat EU-landen elkaars wetgeving op dat gebied erkennen. Want in Nederland mag het nu wel ingezet worden, maar in Frankrijk nog niet.” Daarnaast is er Duitse belangstelling om aan te sluiten. Daniël Frank van het Duitse Fosfor platform: “Ook wij winnen struviet en hopen dat er meer duidelijkheid komt omtrent de wetgeving, zodat we een nieuwe markt kunnen creëren.”

Ook internationaal is er veel aandacht voor onze Green Deals. Meer informatie hierover vindt u op onze site.