In september is de Green Deal COBALD (Continue On-Board Analyse en Diagnose emissies binnenvaart) ondertekend. Door samen te werken hopen partijen dat er meer duidelijkheid ontstaat over de uitstoot van CO2, NOx, CO, HC en fijnstof van binnenvaartschepen.

“De Nederlandse binnenvaart omvat circa 7.500 schepen”, vertelt Stefan Spaas van Blueco Benelux B.V. “Er gebeurt veel om de sector te vergroenen. Zo worden sinds 2003 motoren gecertificeerd. Dat betekent echter niet dat er ook duidelijkheid is over de uitstoot van binnenschepen. Ten eerste heeft een groot gedeelte van de schepen motoren die nog stammen van voor de tijd van certificering. En – wat ook meespeelt – is dat een CCR1 of CCR2 certificering wordt afgegeven op basis van een testopstelling; dat zegt niet per definitie iets over de uitstoot in de praktijk. Een goed onderhouden CCR0-motor stoot misschien wel veel minder fijnstof uit. Meten aan de pijp geeft hier inzicht in. Daar moeten objectieve gegevens over beschikbaar komen.”

Synchroniseren meetgegevens

Binnen de Green Deal COBALD willen partijen niet alleen de echte uitstoot van CO2, NOx, CO en fijnstof in de praktijk meten, maar vooral ook de meetgegevens synchroniseren. “We meten aan de pijp zodat de echte uitstoot van schepen inzichtelijk wordt. De scoop van de deal is echter dat we de meetsystemen willen valideren zodat uniforme informatie wordt verkregen.” Dat klinkt eenvoudiger dan het is. “Wettelijk wil men de waarden weten in gram/kWh, maar eigenlijk streven we ernaar te weten hoeveel gram uitstoot er is per ton per kilometer. Voor de branche en haar opdrachtgevers is dit namelijk veel interessanter, omdat daardoor het vergelijk gemaakt kan worden met andere vervoersvormen.” COBALD bundelt de kennis van vijf andere projecten in de binnenvaart te weten PROMINENT, CoVadem, DCA, CLINCH en Proof of Concept.

100 schepen

Om te komen tot uniforme gegevens moet echter eerst vast komen te staat hoe, wat en waar gemeten wordt. En vervolgens welke nauwkeurigheid betracht moet worden en de wijze waarop gegevens verzameld worden. Maar ook andere factoren spelen een rol, zoals de vaarroutes en het vaargedrag van de schippers. Spaas: “Voor COBALD streven we naar zo’n 100 deelnemende schepen met verschillende motoren, ladingen en vaarroutes, zodat we de efficiency van schepen goed in kaart kunnen brengen. Voor schippers heeft dat ook meerwaarde, want bijvoorbeeld vaargedrag, motoren die niet optimaal werken of filters die vervangen moeten worden kan je zo snel traceren. Hierdoor kunnen schippers en reders met relatief kleine investeringen de performance verbeteren.”