Ambitieuze afvalscheiding op stations begint te lopen

Nieuws |

Het is met het succesvol gescheiden inzamelen van afval eigenlijk niet anders dan met samen goed leren dansen: het lukt echt niet in één keer. Mea Westerbeek, namens de NS programmamanager voor de Green Deal Afvalreductie en -recycling op treinstations en in treinen, komt zelf met de vergelijking. En die klopt. Want nu de deal na drie jaar ongeveer halverwege zijn looptijd is, kunnen partners NS en ProRail al een aardig aantal vloeiende passen zetten, maar een feilloze quickstep is hun afvaldans nog niet.

Afvalhoop met kwart verminderen

De ambities waren dan ook hoog. NS en ProRail legden in de Green Deal vast dat ze ernaar streefden de afvalhoop die jaarlijks op stations en in treinen achterblijft met een kwart te verminderen. Namelijk van 12.000 ton in 2015 naar 9.000 ton eind 2020. Van de resterende berg zou dan ook nog eens driekwart gescheiden moeten worden voor verdere recycling. Dat alles zou bovendien kostenneutraal moeten gebeuren.

Koploper

“Zo’n Green Deal is er nadrukkelijk ook om van te leren”, zegt Westerbeek. “We hebben ons in 2015 aangesloten bij de landelijke afvaldoelstelling. We wisten dat het voor zo’n complexe omgeving als stations en treinen heel ambitieuze doelstellingen zouden zijn. Maar daarmee zoeken we de maximale rek op om de transitie naar een circulaire economie te helpen. We zijn met deze deal koploper op het gebied van afvalscheiding buitenshuis. En het gaat echt de goede kant op, maar nog niet zo snel als we misschien zouden willen. We doen stap voor stap nieuwe proeven op verschillende stations om heel goed te kunnen meten wat wel en niet werkt. Pas als iets bewezen werkt, rollen we het elders uit. Daar komt bij dat wat op het ene station werkt niet per se op elk station werkt. De omstandigheden zijn overal anders. Het is maatwerk.

Rotterdam als voorbeeldstation

Frequente treinreizigers zijn het resultaat van één van die proeven vast al eens tegengekomen: de grote tweekleurige afvalbakken waarin papier en restafval apart worden ingezameld. Begonnen als pilot op station Rotterdam zijn de bakken inmiddels op twaalf stations terug te vinden. “Rotterdam was niet alleen het eerste station, maar ook het voorbeeldstation”, zegt Westerbeek. “Inmiddels is het papierafval daar schoon genoeg om als zodanig te worden verwerkt.”

Kleine foutkansen

Niet alle stations zijn al zo ver. Op Amsterdam CS wordt de manier van afvoeren onder de loep genomen, en bleken er veel ‘kleine foutkansen’. “Als er bijvoorbeeld een container op storing staat, kan een schoonmaker weinig anders dan het restafval toch bij het papier gooien. We merken ook dat mensen het gewoon druk hebben, en dan is afvalscheiding maar één van de dingen die ze aan hun hoofd hebben.” Ook de ruimte speelt een rol. Op Utrecht CS kan door de massale bouwactiviteit rond het station bijvoorbeeld moeilijk een goede plek voor de milieustraat worden gevonden.

Nascheiding werkt

De ambitie om 75 procent van al het afval op het station al aan de bron te laten scheiden is inmiddels losgelaten. Uit de proeven is namelijk gebleken dat een combinatie van voor- en nascheiden noodzakelijk is. “Papier en organisch afval willen we zo veel mogelijk wel aan de bron scheiden. Nat papier is immers niet meer bruikbaar. En organisch afval vervuilt het restafval. Het tast bijvoorbeeld plastics aan”, aldus Westerbeek. Het restafval dat overblijft, gaat voor verdere verwerking naar een nascheidingsinstallatie.

Aanpassing wet- en regelgeving

Juist op dat laatste punt hebben NS en ProRail een pijnlijke les geleerd. Westerbeek: “Ons afval wordt gezien als bedrijfsafval, en dat blijkt niet te mogen worden vermengd met huishoudelijk afval. Daarom kunnen we maar bij weinig nascheiders terecht. Daardoor is voor een deel van de stations de afstand tot een nascheidinstallatie te groot. Zo belandt het afval van die stations alsnog op de grote hoop. Er moet écht snel iets aan de wet- en regelgeving veranderd worden, want zo kunnen we gewoon geen resultaten boeken.’’

Veel resultaat

Kostenneutraal werken is door de noodzaak en kosten van nascheiding ook niet haalbaar gebleken. “Maar we halen met die methode wél veel resultaat voor relatief weinig geld”, zegt Westerbeek. “En het mag natuurlijk ook een beetje pijn doen om het grotere doel te halen. Het moet uiteraard niet uit de hand lopen, maar met de manier waarop we nu werken, gebeurt dat ook niet.”

Verbod wegwerpplastic

Grote winst aan de bron valt volgens Westerbeek ook te halen als er een snel een verbod komt op het gebruik van plastic wegwerpverpakkingen en eet- en drinkgerei, de zogenoemde single use plastics (SUP). Dat zou de horeca- en winkelbedrijven op stations, grootleveranciers van afval, kunnen helpen bij het vergroenen. “Want we zijn wel een groot retailbedrijf, maar ook weer niet enorm. Daarom valt het best tegen hoeveel invloed we hebben. Mars doet bijvoorbeeld echt geen andere wikkel om zijn repen omdat alleen wij dat willen.”

Voedselderving

“En daar komt bij dat het ook niet zo simpel is wat je moet doen om iets een duurzamere verpakking te laten zijn”, zegt Westerbeek. “Zo denk je dat het plastic om de komkommer slecht is voor het milieu, maar het plasticje houdt de komkommer veel langer goed, en het milieuverlies van voedselderving is veel groter dan dat van het plasticje om de komkommer. Er zit veel meer achter dan je zou denken.”

Regelgeving  is nodig

“Maar dat SUP-verbod is hard nodig, want de ontwikkelingen op de markt zijn gewoon nog niet ver genoeg. Als er geen wegwerpplastic meer mág worden gebruikt, worden fabrikanten en leveranciers gedwongen om aan betere oplossingen te werken”, aldus Westerbeek. “Maar ook vanuit Retail zelf komen gelukkig inmiddels goede initiatieven. Zo zei laatst een inkoper: ‘Zo’n plastic zakje met stukjes appel, dat is toch echt niet meer van deze tijd’. Een inkoper dus, niet wij hier of iemand uit de milieuhoek. Dat geeft me hoop. We gaan de goede kant op.”