Green Deal Biobased producten voor de openbare ruimte zet beweging in gang

olifantsgras
Nieuws |

De Green Deal Biobased producten voor de openbare ruimte nadert haar afronding. Vincent van Rijsewijk en Bert van Vuuren waren de enthousiaste trekkers van de deal. Met Van Rijswijk kijken we terug op de afgelopen jaren waarin zij een beweging in gang zetten. Wat begon met de ontwikkeling van biobased boomankers, leidde tot het uitrollen van de bewustwordingsmethode Magneet. Daar kwamen vervolgens projecten uit voort. In een paar jaar tijd kregen de initiatiefnemers het zelfs voor elkaar om de pilotprojecten te ontgroeien en innovatieve biobased oplossingen breed te integreren.

De resultaten die binnen de Green Deal ‘ Biobased producten voor de openbare ruimte’ gerealiseerd zijn liegen er niet om. Van Rijsewijk: “Bij de start wilden we vier projecten initiëren, maar bij tien zijn we opgehouden met tellen. Biobased boomankers zijn volwassen geworden en gemeengoed geworden in Nederland. Bij het ontwerp en de uitvoering van de Nieuwe Verbinding N69 (de omleggingen bij Dommelen en Valkenswaard) wordt de methode Magneet toegepast door de inschrijver Boskalis Nederland. Het toepassen van biobased en circulaire innovaties is hier contractueel verankerd.” Daarnaast hebben Van Rijsewijk en Van Vuuren bij tal van gemeenten, provincies en ingenieursbureaus bewustwording gecreëerd en concrete stappen gezet die organisaties ondersteunen bij het waarmaken van ambities. En zo kan hij nog wel even doorgaan.

De ommekeer

De basis voor de ommekeer was de methode ‘Magneet’. Door deze methode leren organisaties om echt aan de slag te gaan met biobased en circulair werken. Daarbij worden vier fases doorlopen: Bewustwording, Toekomstvisie, Samenwerken en Implementeren & Onderhouden. Het doel was om medewerkers te leren hoe zij biobased en circulaire ambities kunnen vertalen naar de praktijk.

‘Groen’ beton

Voor de betrokken overheden was dat een leerzaam traject, maar ook Van Rijsewijk zegt er veel van geleerd te hebben. “Door circulair te werken en biobased materialen in te kopen veranderen structuren en kaders. Soms merk je dat je aanloopt tegen de bestaande regelgeving, een verschil in kennisniveau of een organisatie die nog niet is  ingericht op nieuwe ontwikkelingen. Om een voorbeeld te geven: Stel een gemeente wil betonnen banken plaatsen waarin olifantsgras is verwerkt. Dit ‘groene’ beton is geschikt voor meubilair, maar (nog niet) niet voor zwaardere GWW-constructies. Als een overheid ‘groen’ beton wil gebruiken dan moeten zij op de hoogte zijn van de mogelijke en onmogelijke toepassingen en daar in aanbestedingen rekening mee houden. Daarnaast zijn deze biobased banken iets duurder. Het budget van de afdeling groenonderhoud biedt niet altijd voldoende ruimte, terwijl vanuit de politiek en het beleid duidelijke toezeggingen zijn gedaan. Dan moet er binnen de organisatie gelobbyd worden om de ambities toch waar te kunnen maken.”

Goed idee

Daarnaast leerde Van Rijsewijk dat het begrip ‘biobased’ niet te eng genomen moet worden. “Door ook te kijken naar circulariteit ondervonden we dat de openbare ruimte veel sneller en completer verduurzaamd kan worden.” En hij heeft nog een tip voor iedereen die ervaart dat er een vacuüm is tussen aanbiedende en vragende partijen van biobased producten. “Tegen leveranciers wil ik zeggen: een goed idee is niet genoeg, bij de introductie moet een product markt gereed zijn. En tegen aanbestedende organisaties: overvraag de markt niet. Door verwachtingen reëel te formuleren komen doelen eerder in zicht.”

Tip: Bezoek op 11 april de slotbijeenkomst van de Green Deal Biobased materialen voor de openbare ruimte.

Aanmelden slotbijeenkomst

Meer weten?

Green deal Biobased Producten voor de openbare ruimte