Portfoliobenadering beperkt risico’s en kosten bij ultradiepe geothermie

02 Greendeal_(def-5179)[1]

Ultradiepe geothermie is mogelijk een belangrijke duurzame oplossing voor de warmtevoorziening van hoge temperaturen. Met de Green Deal Ultradiepe geothermie willen de betrokken partijen kennis opdoen en uitwisselen met als doel de komende jaren een of meer pilotprojecten te realiseren. Energie Beheer Nederland (EBN) speelt een belangrijke rol in de uitvoering. “Onze toegevoegde waarde zit vooral in de portfoliobenadering”, zegt Sander de Jong, projectleider geothermie bij EBN.

Afgelopen jaar hebben het ministerie van Economische Zaken, TNO en EBN de mogelijkheden verkend voor de optimale ontwikkeling van ultradiepe geothermie in Nederland. Het doel van ultradiepe geothermie is om warmte met een temperatuur van tussen de 150 en 200 graden Celsius te winnen op meer dan vier kilometer diepte. Uit de verkenning is een samenwerking toat stand gekomen met zeven potentiële pilotprojecten van consortiumpartijen in drie geologische regio’s van de zogeheten Dinantien play, te weten Friesland, Midden-Nederland en Zuid.

Geologisch onderzoek

“Gezamenlijk geologisch onderzoek moet inzicht geven in de meest kansrijke aanpak voor het uitvoeren van succesvolle exploratie pilotprojecten”, vervolgt De Jong. Over de ondergrond op deze grote diepte is namelijk relatief nog weinig bekend. “Samen met TNO en de consortia stellen we hiervoor een Exploratie-werkprogramma op, zodat we meer zicht krijgen op de potentie en de samenstelling van de ondergrond voor ultradiepe geothermie in Nederland.” Door haar ruime ervaring in de Nederlandse ondergrond voor olie- en gaswinning is EBN een belangrijke partner voor de consortia.

Portfolio-aanpak

Om risico’s en kosten bij olie- en gaswinning te reduceren en rendementen te verhogen, past EBN een integrale portfoliobenadering toe. EBN zet samen met EZ, TNO en de consortia deze benadering nu ook in bij de uitvoering van de Green Deal. De Jong: “Voorafgaand aan de boringen brengen we zoveel mogelijk bestaande kennis van vergelijkbare projecten en ondergrond bijeen. We werken vervolgens gezamenlijk aan een optimale exploratiestrategie en gaan op zoek naar synergie tussen de projecten. Dan analyseren we de resultaten uit de eerste exploratieboring. De kennis daaruit nemen we direct mee voor een volgende boring. Dit is van groot belang voor een veilige en verantwoorde ontwikkeling van ultradiepe geothermie.”

De partijen in de Green Deal maken ook gebruik van de kennis die voortkomt uit vergelijkbare projecten in het binnen- en buitenland, zoals een geothermieproject in het Belgische Balmatt en olie- en gasprojecten in Kazachstan. De Jong: “Dat levert belangrijke leereffecten op voor alle disciplines, zoals de geologie, technologie, engineering, communicatie en betrokkenheid van de leefomgeving. De kwaliteit van het ondergrondonderzoek en de projectontwikkeling stijgt en de risico’s en kosten dalen.”

Verdere stappen

Het uitvoeren van het Exploratie-werkprogramma voor het geologische onderzoek is nu een belangrijke eerste stap op weg naar de ontwikkeling van ultradiepe geothermie. Op basis hiervan zullen de consortia in samenwerking met EZ, TNO en EBN hun projecten verder doorontwikkelen. Het doel is om in eerste instantie te komen tot een of meerdere pilotprojecten die de mogelijkheid tot ultradiepe geothermie in de drie regio’s aan kunnen tonen. Indien de ondergrond meewerkt en deze pilotprojecten succesvol zijn, is het de bedoeling dat er meer projecten volgen.

Downloads