Bevorderen vraag naar duurzame warmte en koude in MRA en ZH

Samenvatting Green Deal 192

Bij de aanleg en verduurzaming van warmtenetten spelen consumenten een centrale rol. Alleen als zij collectieve warmte omarmen is groei en transitie mogelijk. Daarom gaan partijen nieuwe producten en diensten uitwerken. De warmteproposities zullen zich richten op prijs, duurzaamheid en kansrijke combinaties met bijvoorbeeld renovatie en duurzame elektrische oplossingen. Door het gebruik van restwarmte vermindert het verbruik van fossiele brandstoffen. De Green Deal wil de vraag naar collectieve duurzame warmte en koude bevorderen. In de metropoolgebieden Rotterdam en Amsterdam is veel (rest)warmte aanwezig om woningen van warmte te voorzien. Daarnaast wordt er gewerkt aan het verduurzamen van de warmte. De dichtbevolkte gebieden bieden mogelijkheden om bestaande warmtenetten uit te breiden en nieuwe aan te leggen.

Doelen

Deze Green Deal omvat een aantal initiatieven om energie te besparen en de warmtevoorziening te verduurzamen met behulp van warmtenetten in het MRA en in Zuid-Holland. Partijen zetten in op vier thema’s: - Focus op de klant. Partijen ontwikkelen nieuwe marktproposities. - Vergroten financierbaarheid van projecten. - Verbinden van partijen. Onder andere door vraag en aanbod in kaart te brengen. - Vergroten van bewustzijn, kennis en innovatiekracht. Hierdoor willen zij het imago versterken.

Resultaten

Begin 2019 is de Green Deal afgerond. Het doel was om de consumentenvraag naar collectieve duurzame warmte en koude te bevorderen door aantrekkelijke nieuwe voorstellen te ontwikkelen en te gaan uitproberen in praktijkvoorbeelden.

  • MRA en Warmte/Koude Bureau Zuid-Holland hebben enkele voorstellen ontwikkeld om warmte bijvoorbeeld door prijsdifferentiatie aantrekkelijker te maken voor de klant. Eén van de voorstellen is uitgewerkt tot een propositie. Deze is echter niet uitgewerkt in een praktijkexperiment omdat de Autoriteit Consumenten Markt proposities alleen achteraf toetst en kan goedkeuren. Warmtebedrijven zich niet kunnen permitteren om te starten met een pilotproject zonder goedkeuring.
  • Er is aandacht besteed aan de mogelijkheden die BZK heeft m.b.t. de energieprestatiebeoordeling van collectieve warmtesystemen. Dit heeft geleid tot een betere directe waardering van nieuwe duurzame warmtebronnen die invoeden in een bestaand net t.b.v. een specifieke wijk en kan zo bijdragen aan een versnelling van de verduurzaming van warmtenetten.
  • Er zijn verschillende opties bedacht en ingevoerd om de aansluitplicht van gasnetbeheerders te beperken voor nieuwe en bestaande woningen. Dit onderwerp is bovendien uitvoerig aan de orde gekomen tijdens de Klimaat Akkoord besprekingen aan de Tafel Gebouwde Omgeving.
  • Een ander effect van het dealtraject was dat er door discussies tussen het Rijk en de dealpartners een beter begrip is ontstaan voor elkaars situatie.
  • Een belangrijk resultaat is dat de nieuwe Warmtewet - mede door inbreng van de Green Deal partijen en in afstemming met BZK en met de ACM - tot stand is gekomen.
  • Ten tijde van de ondertekening van de Green Deal was het nog erg lastig om warmtelevering als product te verkopen aan de consument, maar inmiddels is het besef doorgedrongen dat we uiteindelijk van het gas af moeten. Warmtelevering is dan vaak juist een kosteneffectieve oplossing. Wellicht heeft deze GD ook enigszins bijgedragen aan dit veranderde beeld.

Downloads