De opmars van elektrisch rijden

Elektrisch rijden wordt steeds populairder en het aantal elektrische auto’s en laadpalen neemt snel toe. Maar dat gaat niet vanzelf. Overheden, bedrijven, milieu organisaties en kennisinstellingen werken daarom samen om elektrisch rijden te stimuleren. Hun streven is dat in 2035 alle nieuwe personenauto’s geen uitstoot meer hebben. Volledig elektrisch auto’s voldoen al aan die norm en zijn daarmee beter voor het klimaat en de luchtkwaliteit.

Wanneer een volledig elektrische auto op groene stroom rijdt in plaats van ‘grijze’ (uit vooral fossiele bronnen), wordt de CO2-footprint nóg beter. Kortom, met elektrische auto’s worden we minder afhankelijk van fossiele brandstoffen, ontstaat minder geluidsoverlast en krijgen we schonere steden. Daarnaast kunnen de batterijen in deze auto’s ook dienen als tijdelijk opslagsysteem voor duurzaam opgewekte energie.

Deze vorm van vervoer biedt daarbij ook veel kansen aan ondernemingen in de laadinfrastructuur, -dienstverlening, de productie van componenten en lichte elektrische voertuigen, zoals scooters. Daarmee kan elektrisch rijden een belangrijke economische pijler worden en van betekenis zijn voor de werkgelegenheid in de toeleverende industrie, de ontwikkeling en toepassing van batterijen, de dienstverlening, ICT, en voor kennisinstituten. Als proeftuin voor innovaties neemt Nederland internationaal gezien een sterke concurrentiepositie in. Maar omdat de landen om ons heen elektrisch rijden ook steeds meer gaan stimuleren, moeten bedrijfsleven en overheid snel en doortastend optreden om tot de koplopers te blijven horen.